Huidige activiteiten

Van De Bunt Adviseurs2018 – Associé bij Van de Bunt Adviseurs
“In mijn loopbaan raakte ik gefascineerd door wat zich in organisaties afspeelt: waarom gaat het (niet) zoals het gaat, hoe kan het beter? Mijn non-conformistische aard helpt mij nieuwe wegen te vinden om verbetering te realiseren en door te zetten. Ik leidde succesvol de organisatieontwikkeling van een faculteit in het hoger onderwijs. Ik deed organisatieontwikkelingsonderzoek en leerde de weerbarstigheid te onderkennen, de onderstromen en politieke spellen. Ik heb ervaring in de gezondmaking van een verwaarloosde organisatie. Daarover publiceer en doceer ik ook. Als u advies zoekt van een ervaren strateeg, analytisch sterk, zich verdiepend in uw situatie, inclusief de context waarbinnen u functioneert, gericht op synthese, zelf een ervaren hogere leidinggevende, dan bent u bij mij aan het juiste adres.”

2015 – Directeur/eigenaar HenkenAdvies
actief op drie gebieden:

1. Organisatieontwikkeling en – verandering: advisering, coaching, verzorgen van onderwijs (Masterclasses aan UTwente, Business School Nederland); deze activiteiten zijn ontwikkeld in samenwerking met dr. Joost Kampen (Van de Bunt adviseurs). HenkenAdvies is geregistreerd in het Centraal Register Kort beroeps Onderwijs (CRKBO). Sinds 2014 lid van de Academy of Management, de AOM (en specifiek lid van twee divisies: Organizational Development and Change en Management Consulting) en sinds begin 2018 ook lid van de BAM (British Academy of Management). Deze activiteiten zijn per 2018 onderdeel van het associé-schap bij Van de Bunt Adviseurs;

2. Advisering op het gebied van verduurzaming (energieneutraliteit, health monitoring), mede ten behoeve van de stichting Happy Balance (‘huizen die voor mensen zorgen’);

3. Verzorgen van duikopleidingen als Padi IDC Staff Instructor bij duikschool Qdiving Amersfoort.

Eerdere werkgevers en/of functies

Hogeschool Utrecht: 2017 – 2009

2016 – Adviseur van het College van Bestuur van Hogeschool Utrecht en lector Smart Urban Innovation.
Opdracht: uitwerken profiel hogeschool “kwaliteit van (samen-)leven in een stedelijke omgeving”. De jaaropening van de hogeschool in september 2016 stond geheel in het teken van het nieuwe hogeschoolprofiel. Per 2017 werd de nieuwe hogeschoolstructuur geïmplementeerd, inclusief de indeling in kenniscentra gebaseerd op de notitie die Henken met anderen schreef.

2009 – Directeur Faculteit Natuur & Techniek (5600 studenten), Hogeschool Utrecht.
De Faculteit herbergt de technische domeinen van het Nederlandse HBO: Engineering, Bouw, ICT, Life Sciences & Chemistry. De faculteit verzorgt bachelor- en masteropleidingen, heeft een kenniscentrum met tien lectoren onder wier leiding onderzoek uitgevoerd wordt en bezit een bedrijf dat allerlei cursussen verzorgt voor de professionele markt. Henken was verantwoordelijk voor het hogeschool brede duurzaamheidsprogramma en oprichter van het Center of Expertise Smart Sustainable Cities. Met zijn onderzoek, en met name op het gebied van duurzaamheid, won de faculteit diverse prijzen, regionaal en nationaal. Nadruk van de taak van de faculteitsdirecteur lag op strategievorming, organisatieontwikkeling en verdere professionalisering, waarbij uitbreiden van de onderzoeksfunctie en zorgen voor verbinding ervan met onderwijs en beroepspraktijk belangrijk waren.

Henken leidde de transitie betreffende de vorming van instituten, de invoering van brede bachelors, de versteviging van de onderzoeksprofilering en het versterken van de samenwerking met het publieke en private beroepenveld. Hij trof in 2009 een organisatie aan die verdeeld was, die onderpresteerde en waar vele basisvoorwaarden voor doorontwikkeling ontbraken. In zijn eerste drie jaar lag het accent op inhalen van achterstanden en het normaliseren van verhoudingen. Dit werd zichtbaar in de externe waardering voor de opleidingen. Hij profileerde zich ook nationaal met de fundamentele keuzes in het technisch domein en ging daarin voorop. De ontwikkeling van de faculteit vond plaats in nauwe afstemming met regionale overheden en bedrijfsleven.

Actief in de EBU (Economic Board Utrecht). Mede-initiator en lid van de stuurgroep Rail Academy (Prorail, Vakgroep Railinfra Bouwend Nederland, NLingenieurs, RIO Amersfoort, HU). Lid diverse besturen en commissies (Utrecht Life Sciences, Utrecht Sustainability Institute, Maintenance Education Consortium, Sectoraal Advies College Hoger Technisch en Natuurwetenschappelijk Onderwijs van de HBO-Raad, onderzoeksbegeleidingscommissie Onderzoeksraad voor Veiligheid).

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM): 2009 – 1996

2005 – Directeur sector Voeding, Geneesmiddelen en Consumentenveiligheid (240 fte).
Een sectordirecteur is integraal verantwoordelijk voor zijn sector, dwz niet alleen verantwoordelijk voor de inhoud en de output, maar ook voor bedrijfsvoering (hrm, financiën, accountmanagement, communicatie, overleg ondernemingsraad, etc). Was het RIVM voorheen onderdeel van VWS, sinds 2002 is het RIVM een agentschap: dit betekende een omslag van een capaciteitsorganisatie naar een output gestuurde organisatie die zelf moet zorgen voor opdrachtverwerving binnen het publieke domein (opdrachtgevers: VWS, IGZ, VWA, aCBG, SZW). Onderwerpen van deze sector waren met name: gezonde voeding, gezond leven (onderzoek naar effecten roken, drugsgebruik, etc.), risico’s van stoffen in voeding, in consumentenproducten en omgeving, toelating van geneesmiddelen op basis van werkzaamheid en veiligheid, testen medisch technologische producten.

Taken waren o.a. het financiële resultaat van de sector verbeteren en een cultuuromslag bewerkstelligen, van onderzoekscentrum tot een meer naar buiten gericht kennis- en expertisecentrum. Lid en plv voorzitter bestuursraad RIVM. In 2006 benoemd tot plaatsvervangend directeur-generaal (tot voorjaar 2008). Lid en plv voorzitter RIVM crisisteam (training en scenario-oefening door COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement). Verantwoordelijk voor het proefdierbeleid en medebestuurder van de proefdierfaciliteit van het toenmalige Nederlands Vaccin Instituut. Initiator oprichting van het NKCA (het Nationaal Kennis Centrum Alternatieven voor dierproeven). Lid toezichtcommissies RIVM hoogleraren (Maastricht, Leiden). Lid bestuur van de Wageningse onderzoeksschool VLAG (Voeding, Levensmiddelentechnologie, Agrobiotechnologie en Gezondheid). Toekenning van de RIVM Jennerpenning vanwege bijzondere verdiensten.

2003 – Directeur sector Volksgezondheid.

Deze sector kende drie taakvelden:
1. infectieziektebestrijding (onderzoek, preventie, surveillance, bestrijding, voorlichting);

2. geneesmiddelen & medische technologie (o.a. geneesmiddelen beoordeling ten behoeve van markttoelating en kwaliteitscontrole geneesmiddelen en medische hulpmiddelen die op de markt zijn); en

3. onderzoek van preventie & zorg (o.a. volksgezondheidstoekomstverkenningen, kiesbeter.nl ikv verandering van het zorgstelsel en gezondheidseffecten leefstijl).

Taken als directeur Volksgezondheid waren o.a. vorm geven aan de groei (10%) van de sector (van 330 naar 400 fte in twee jaar) en voorbereiden reorganisatie. In deze tijd kreeg het RIVM allerlei nieuwe taken, bv op gebied van voorlichting aan de burger en als landelijk regie- en coördinatiecentrum (bv voor bevolkingsonderzoeken, jeugdgezondheid, en voor gezond leven). Tevens lid van de Raad voor Gezondheidsonderzoek (RGO). Lid van het bestuur van onderzoeksschool NIHES (Netherlands Institute for Health Sciences, Rotterdam). De sector Volksgezondheid groeide tot ongeveer 400 fte, waarna besloten werd de bovengenoemde drie taakvelden als aparte sectoren te positioneren, zodat verdere groei kon plaatsvinden zonder dat de inhoudelijke span of control te groot zou worden.

1996 – Hoofd Microbiologisch Laboratorium voor Gezondheidsbescherming (50 fte), tevens benoemd als directeur van het CRL-Salmonella (EU Community Reference Laboratory for Salmonella.
Lid van de programmacommissie Verantwoorde Voeding van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Deze functies concentreerden zich op voedselveiligheid, zoönosen, omgevingsmicrobiologie en kwantitatieve microbiologische risicobeoordeling. Het betreffende RIVM laboratorium werd nieuw opgericht op 1-1-1996 en moest zich een plaats verwerven bij opdrachtgevers en in de onderzoekswereld. Vanaf 1998 plaatsvervangend directeur van de sector Volksgezondheid.

Wageningen Universiteit (WUR): 1996 – 1982

1989 – Universitair hoofddocent Veterinaire Epidemiologie, vakgroep Veehouderij, lid van de onderzoekscommissie van de onderzoeksschool Dierwetenschappen.
Opleiding aan Tufts University te Boston op het gebied van humane epidemiologie. In 1992 toekenning senior Fulbright scholarship voor een éénjarig verblijf aan de Universiteit van Californië te Davis voor onderzoek op het gebied van mathematische modellering van verspreiding van dierziekten. Als universitair(hoofd)docent in Wageningen begeleider geweest van een groot aantal studenten in alle fasen van hun studie en van promovendi. Een groot aantal colleges verzorgd zowel voor BSc, MSc als PhD studenten, dictaten geschreven, binnen- en buitenlandse excursies en stages begeleid, diverse congressen bezocht en daar voordrachten gehouden, projectleider geweest van een groot aantal onderzoeken, een groot aantal wetenschappelijke publicaties waaronder mede-auteur van een handboek op het gebied van huisvesting van landbouwhuisdieren (zie elders op deze website en zie ook ResearchGate).

1986 – Universitair docent Omgevingsfysiologie (klimaat- en respiratie-onderzoek), vakgroep Veehouderij.
Naast onderzoek en onderwijs was het verwerven van derde geldstroom financiering een taak (opdrachten verworven van oa MSD, Intervet, Cofok, KLM).

1982 – Na promotie aangesteld als wetenschappelijk medewerker bij de vakgroep Visteelt & Visserij.
Naast onderzoek op het gebied van Visvoeding en Vishouderij was verzorgen van onderwijs een taak. Tevens benoemd als studiecoördinator van de studierichting Dierwetenschappen en verantwoordelijk voor studievoorlichting en studentenbegeleiding.